Door haar mislukte buitenlandse politiek is de Amerikaanse regering onbewust en ongewild de grootste pleitbezorger geworden van de “As van het Verzet” onder leiding van Iran. In feite moedigt Washington, samen met Israël, wereldwijd landen aan om in verzet te komen tegen haar dominantie. Israël heeft in wezen bijgedragen aan de oprichting van Hezbollah door Libanon in 1982 binnen te vallen. De VS droeg bij aan de oprichting van Hashd al-Shaabi toen het in 2014 weigerde Irak te helpen ISIS te bestrijden. Zowel Israël als de VS steunden de oprichting van Syrische rebellengroeperingen en stimuleerden door hun pogingen om een mislukte staat in de Levant te creëren president Bashar al-Assad  ertoe aan om zich aan te sluiten bij de “As van het Verzet”. En toen president Donald Trump de Syrische bezette Golanhoogte, Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever aan Israël offreerde, liet hij de Palestijnen geen andere keus dan zich bij Iran aan te sluiten en zich volledig aan de “As van het Verzet” te wijden. 

Ondanks de talrijke ervaren deskundigen binnen de Amerikaanse regering en de talloze strategische studiecentra en denktanks, demonstreert Washington telkens weer opnieuw zijn beperkte kennis van de dynamiek en de lokale cultuur van het Midden-Oosten. Het desastreuze resultaat van het buitenlands beleid van de VS leidt ertoe dat veel landen en groepen in het Midden-Oosten zich onder de paraplu van Iran scharen om terug te vechten tegen de door de VS en Israël genomen beslissingen en operaties.

Premier Benjamin Netanyahu heeft telkens weer aangegeven dat hij de ‘consigliere‘ van president Donald Trump was bij het overtreden van internationale wetten en reeds gemaakte afspraken. Netanyahu adviseerde Trump om uit de nucleaire overeenkomst met Iran (bekend als de JCPOA) te stappen, de Israëlische annexatie van de bezette Syrische Golanhoogte toe te staan, Jeruzalem te erkennen als ‘enige hoofdstad van Israël’ de Iraanse brigadegeneraal Qassem Soleimani te vermoorden en, recentelijk, de ‘roof van de eeuw’, de annexatie van de Westelijke Jordaanoever, door Israël toe te staan.

Om de machtige Israëlische lobby in de VS te plezieren en de stemmen van de Amerikaans-Israëlische joden te winnen, overtrad Trump alle internationale wetten door Israël aan te bieden wat hij niet bezat. Netanyahu’s bedoeling is om zijn wankel imago in eigen land te versterken: hij wordt beschuldigd van corruptie en beland in de gevangenis als hij zijn positie als premier verliest. De Israëlische premier geeft niet om de veiligheid van de Israëli’s en de reacties van Iran, Syrië en de Palestijnen, die vandaag meer dan ooit tevoren verbonden zijn met betrekking tot hun gemeenschappelijke vijand Israël, maar nog lang niet met elkaar verenigd zijn. 

De Palestijnse president Mahmoud Abbas schort alle vormen van samenwerking met de Amerikanen en de Israëli’s op, met name op het gebied van de meest gevoelige veiligheidskwesties die met de CIA worden uitgewisseld. Abbas weigert met Trump over de telefoon te praten omdat de VS niet langer als een partner voor de vrede wordt beschouwd. Deze stap, ook al heeft hij lang op zich laten wachten, zou de weg kunnen vrijmaken voor een derde intifada, die de dag dat Israël meer Palestijns grondgebied op de Westelijke Jordaanoever in beslag zal nemen en meer Palestijnen naar Gaza, Jordanië of het Westen zal verjagen, dichterbij brengt. Die dag is niet erg ver weg en zal wellicht nog deze zomer volgen. De Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever heeft beloofd elke (Palestijnse) volksopstand te onderdrukken, zelfs nu de samenwerking met de Israëli’s is opgeschort. Maar hoe lang kan president Abbas de vanzelfsprekende reactie van het volk op de Israëlische illegaliteit tegenhouden? 

Zelfs de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) is zich er nu van bewust dat Israël alleen de taal van het geweld verstaat: het is niet van plan om een staat aan de Palestijnen te geven. In feite was Israël ook nooit van plan om een stuk land aan de Palestijnen over te laten en bereidde het een brug voor tussen de Westelijke Jordaanoever en Gaza om de inwoners van de Westelijke Jordaanoever naar Gaza over te brengen: een tweede Nakba. Er is geen twijfel aan dal Israël de Westelijke Jordaanoever wil annexeren maar het moet zich ook kunnen ontdoen van de Palestijnen die daar wonen. 

De Israëlische softe inbeslagname van verder Palestijns grondgebied heeft als objectief een nieuwe Midden-Oosten generatie te vormen, christen en moslim, die zich niet bekommert om het recht op terugkeer van de Palestijnen (resolutie 194 van de VN-Veiligheidsraad) en hun recht om het grondgebied van hun voorouders, dat in 1948 is ingenomen, weer terug te winnen. Voor de Palestijnen is het belangrijk om de geschiedenis levend te houden in de herinnering van alle generaties, want er zijn miljoenen Palestijnen die, zonder identiteit, als vluchtelingen leven in Jordanië, Syrië, Libanon en andere delen van het Midden-Oosten. Het Westen heeft Palestijnse vluchtelingen snel voorzien van westerse paspoorten om de nieuwe generatie aan te moedigen Palestina en hun recht op terugkeer te vergeten. Op die manier ondersteunt de tandem Trump-Netanyahu de door Iran geleide “As van het verzet” en haar project om in opstand te komen tegen de Amerikaanse hegemonie in het Midden-Oosten.

Wanneer ze geconfronteerd worden met het feit dat ze de Palestijnse gebieden in beslag nemen, verdraaien de Israëli’s hun argumenten al naar gelang de omstandigheden. Ben-Goerion, de vader van Haganah en de eerste premier van Israël, beweerde het land te hebben ingenomen na door de Arabische naties te zijn aangevallen. Israël bouwde zijn macht op met de hulp van de eerste terroristische organisatie, de Irgun (1937-1948) die in 1946 de eerste ‘terreurdaad’ pleegde tegen het King David Hotel waarbij 90 doden vielen, en het bloedbad van Deir Yassin in 1948 waarbij 107 Palestijnse Arabieren omkwamen. De terreurdaden van Irgunworden terecht veroordeeld en in studies over terrorismebestrijding  gedocumenteerd als zijnde ‘beloonde terreur die werkt omdat het (terrorisme) heeft geleid tot de oprichting van een staat over de lijken van de Palestijnen heen op het grondgebied van hun nakomelingen.

British army officer and troops outside of the King David Hotel, which had been bombed by the underground Zionist group the Irgun, Jerusalem, July 1946. : The Jewish Terrorists | by Assaf Sharon | The New York Review of Books

Wereldwijde Israëlische media-invloed is erin geslaagd de herinnering aan de gruweldaden die in Palestina zijn gepleegd, uit het geheugen te wissen. Hier zijn er een paar om niet te vergeten:

In december 1947 viel Haganah het dorp  Balad al-Sheikh (Tall Ghanan) binnen en slachtte 600 burgers af. De aanvalseenheid had de opdracht om ‘een maximaal aantal volwassen mannen te doden‘, aldus Benny Morris,een Israëlische hoogleraar geschiedenis aan de Ben-Gurion Universiteit van de Negev. De meeste lichamen werden in hun huizen gevonden. Vier maanden later viel Haganah Deir Yassin aan, vernietigde Arabische huizen en doodde ongeveer 360 Palestijnen, voornamelijk ouderen, vrouwen en kinderen. Historicus Ilan Pappe heeft gedocumenteerd dat Deir Yassin slechts één van de vele Palestijnse dorpen was die op deze manier werden vernietigd. 

Een maand later, in januari 1948, werd het dorp Abu Shusha  door Haganah aangevallen en werden er 30 tot 70 Palestijnen vermoord. Drie maanden later, in mei, viel de Iskandaron-brigade 33 het dorp Tantura aan, 90 mensen werden vermoord en begraven in een massagraf dat nu een parking ten zuiden van Haifa is geworden. De resterende bewoners van Abu Shusha werden verdreven. In dezelfde maand mei bezette het Israëlische Giv’ati 51ste Bataljon Sawafir al Sharqiya en Sawafir al Gharbiyya. Benny Morris schrijft dat de Israëliërs één bevel hadden: “De vijand uit de dorpen te verdrijven… de frontlinie te zuiveren… de dorpen te veroveren, ze te ontdoen van de inwoners… vrouwen en kinderen moeten ook verjaagd worden… neem een aantal gevangenen en steek een zo groot mogelijk aantal huizenin brand.” 

Eenheden van de Negev-brigade vielen al Muharraqa en Kaufakha, ten zuiden van Burayr, aan en verjoegen hun inwoners. Beit Tima, ten noorden van Burayr werd aangevallen door het 7e Bataljon van de Negev Brigade, waarbij 20 Arabieren werden gedood. De Negev Brigade viel Huj aan, zeven kilometer ten zuiden van Burayr, hoewel de inwoners als bevriend werden beschouwd en Haganah-leden voor de Britten verborgen hadden. Dezelfde Haganah verdreef de inwoners, plunderde en blies vervolgens de huizen op. De bevelen waren overal om “degenen die nog in leven zijn te doden, te verjagenn en alle huizen te slopen”. Dezelfde orders worden zelfs vandaag nog gegeven; de etnische zuivering van Israël is nooit opgehouden.

In oktober 1953 viel Ariel Sharon het dorp Qibyah aan en blies er alle huizen op terwijl de bewoners zich binnen verborgen hielden,. Hierbij kwamen 56 mensen om. In 1956 viel Israël Qalqiliya aan en doodde er 70 mensen. In de maand oktober van hetzelfde jaar pleegde Israël een bloedbad bij Kafar Qassem in Toul Qarm, waarbij 49 Palestijnen werden vermoord. In november werd Khan Younes ten zuiden van Gaza aangevallen, waarbij 250 Palestijnen werden vermoord. Zes dagen later  werden in  een tweede aanvalsgolf 275 Palestijnen vermoord. In 1990 openden Israëlische soldaten het vuur in de Grote Moskee van Jeruzalem, waarbij 21 doden vielen. In februari 1994 verborg Baruch Goldstein zich achter de colonne van het Heiligdom van Abraham (al-Haram al-Ebrahimi) en vermoorde er 29 mensenen en verwondde er 28 die voor zonsopgang kwamen bidden.  Nog 9 andere burgers werden gedood door het Israëlische leger dat ten onrechte geloofde dat er Joden werden aangevallen. Goldstein wordt vandaag in Israël herdacht , zijn graf is nu een bedevaartsoord geworden.

Elke Israëlische actie en aanval die wordt uitgevoerd heeft als doel de Palestijnen te overhalen hun gronden te verlaten en te vertrekken. In 1948 vluchtten 750.000 Palestijnen uit angst te worden uitgeroeid door de Israëliërs, waardoor Joden die vanuit de hele wereld naar Palestina kwamen de huizen van de Palestijnen konden stelen en nieuwe huizen bouwen op Palestijns grondgebied.

De exodus van de Palestijnen houdt hier niet op: President Trump gaf Israël wat niet zijn eigendom is, en de media en journalisten in de wereld durven de waarheid niet te schrijven uit angst hun baan te verliezen of hard te worden aangevallen door de goed georganiseerde en schijnbaar almachtige Israëlische lobby’s. Dit is alleen maar mogelijk omdat de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever hebben ingestemd met het neerleggen van hun wapens en het gewapende verzet tegen de bezettingstroepen hebben opgegeven. De Israëli’s, die tijdens de Tweede Wereldoorlog zo genadeloos werden vervolgd en vermoord door de Europeanen, hebben onder de ‘blinde’ ogen van de schijnbaar impotente internationale gemeenschap soortgelijke misdaden tegen de Palestijnen, bejaarden, vrouwen en kinderen begaan. 

Tientallen resoluties hebben de Verenigde Naties uitgevaardigd waarin Israëlische daden in Palestina zijn veroordeeld, maar tevergeefs. Het gaat om resoluties met betrekking op Palestina en die tussen 1947 en 2016 en die allemaal door Israël zijn verworpen. De Verenigde Naties veroordeelden de “aanhoudende schending van het Verdrag van Genève, het Israëlische beleid en de Israëlische praktijken, de annexatie van delen van de bezette gebieden, de vestiging van nederzettingen en de overbrenging van vreemde volkeren, de vernieling en afbraak van Arabische huizen, de inbeslagname en onteigening van Arabische eigendommen, de deportatie, de uitwijzing, de ontzegging van het recht op terugkeer, de massale arrestaties, de administratieve detentie en de mishandeling van de Arabische bevolking, de plundering van archeologische en culturele eigendommen, de inmenging in de godsdienstvrijheid, de illegale uitbuiting van de natuurlijke rijkdommen, de wijziging van de demografische samenstelling”. En toch stelt Israël zich aan de wereld voor als de ‘meest democratische’ gemeenschap in het Midden-Oosten.

Israël geeft niets om de Camp David- of Oslo-akkoorden. Het Oslo-akkoord was in het voordeel van Israël, omdat het de PLO dwong zijn gewapende strijd op te geven. Israël wil heel Palestina bezetten, met uitzondering van Gaza waar verzet is ontstaan en waar de Palestijnen besloten hebben om terug te vechten. Iran is nu in actie gekomen om de Palestijnse zaak onvoorwaardelijk te steunen. Iraanse vertegenwoordigers vertelden de Palestijnen dat Teheran alle Palestijnse inspanningen steunt.

De Palestijnen, met name Hamas, zijn tijdens de vele jaren van de oorlog in Irak en Syrië uit koers geraakt. Veel Hamas-militanten bliezen zichzelf op in Irak in de strijd tegen de sjiieten, hoewel ze door Iran en zijn bondgenoten waren getraind om te vechten voor de bevrijding van hun grondgebied. In Syrië vochten veel Palestijnen samn met het Syrische leger, maar nog veel meer vochten er aan de kant van Al-Qaida en de ‘Islamitische Staat’, IS. Hamas steunde de Syrische oppositie en stond achter Qatar, een van de grootste financiers van het Sproject van de mislukte staat in Syrië.

Met de val van het ‘nieuwe Midden-Oosten’ en de overwinning van de centrale regering in Damascus, samen met haar bondgenoten, is Israël er echter niet in geslaagd om van ISIS een dominante macht in Syrië te maken. De Palestijnse leiding herzag haar fouten en besloot degenen die verantwoordelijk waren voor het omleiden van het kompas van Palestina naar Syrië en Irak te verwijderen. 

Met de val van het “nieuwe Midden-Oosten” en de overwinning van de centrale regering in Damascus samen met haar bondgenoten is Israël er echter niet in geslaagd om van ISIS een dominante kracht in Syrië te maken. De Palestijnse leiders hebben hun fouten herzien en besloten om degenen die verantwoordelijk zijn voor het verleggen van de aandacht van Palestina naar Syrië en Irak te vervangen. 

Iran heeft zijn financiële steun aan Palestijnse groepen die zich inzetten voor het terugwinnen van hun grondgebied en geconcentreerd zijn op Palestina in plaats van op Irak of Syrië nooit stopgezet. Iran maakte de Palestijnen duidelijk dat het tijdperk waarin sommige groepen “een geweer te huur” waren, voorbij is en dat de terugkeer naar het hoofdpad van Palestina niet kan worden genegeerd of geruild. De Palestijnen investeerden tijd, geld en duizenden mannen in interne gevechten en oorlogen in Jordanië, Libanon en Syrië.

Vandaag hebben Hamas en de meeste Palestijnse groepen in Gaza hun militaire operationele krachten verenigd om samen te strijden tegen elke Israëlische poging om nieuwe spelregelsop te leggen. De Palestijnse strijdlust wordt nu aan Israël opgelegd: Tel Aviv zal worden gebombardeerd als Gaza wordt aangevallen of als het leven van de inwoners wordt bedreigd. De geest van de Palestijnse leiders die werden gedood tijdens de strijd tegen de bezettingstroepen Izz ad-Din al-QassamYahya A’yash en Muhammad (Abu Khaled) al-Da’if is nieuw leven ingeblazen.

Dit heeft Israël ertoe aangezet zich te concentreren op het zwakste deel van Palestina, de PLO op de Westelijke Jordaanoever, waar zijn president, in tegenstelling tot in Gaza, niet gelooft in de gewapende strijdom het bezette gebied terug te winnen onder druk van het gewapende verzet. Daarom is er voor Israël geen enkele reden om de PLO concessies te doen en zal het de Palestijnen ertoe dwingen hun huizen te verlaten, een praktijk die ze sinds de jaren veertig van de vorige eeuw onder de knie hebben. Israël controleert sinds 1967 de veiligheid, de economie, de bouwvergunningen, het water en alles op de westelijke oever. De kolonisatie is nooit gestopt en Israël trekt zich niets aan van internationale reacties, omdat het meent wereldwijd de massamedia in de hand te kunnen houden.

Toen Imam Khomeini de laatste vrijdag van de heilige maand Ramadan opriep om de “Youm al-Quds”, de “dag van Jeruzalem” te vieren, zei hij “Palestina behoort niet toe aan de Palestijnen of aan de Arabieren of aan de moslims of de christenen. Het behoort toe aan degenen die bereid zijn de strijd tegen onrechtvaardigheid en tegen de onderdrukkers aan te gaan”.

De enige mogelijkheid die de Palestijnen nog hebben is ofwel zich overgeven, of zelf aan Israël opleggen wat Libanon in het jaar 2000 heeft bereikt: de onvoorwaardelijke terugtrekking (van Israël uit Libanon) na 18 jaar gewapend verzet. De prijs was hoog, maar het resultaat groot en strategisch belangrijk. Vandaag hebben de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever een zeer beperkte keuze: het heeft geen zin om te vertrouwen op de internationale gemeenschap of de Verenigde Naties om de koers van het Israëlische plan om de Westelijke Jordaanoever te annexeren en de Palestijnen te verdrijven, te wijzigen. De Palestijnen zullen allemaal moeten vertrekken of blijven en vechten. Een derde intifada kondigt zich aan en Iran zal zich daarbij aansluiten en het land steunen.

Het is algemeen geweten dat Israël over een enorme vuurkracht beschikt en uitgerust is met een krachtig leger voor land-, zee- en luchtgevechten, en dat het beter geoutilleerd is dan welk ander leger in het Midden-Oosten ook. Het is ook bekend dat de belangrijkste vijand en nachtmerrie van Israël, de Libanese Hezbollah, beschikt over geavanceerde wapens, bewapende drones, lange subsonische kruisraketten die grote afstanden kunnen overbruggen. Hezbollah heeft ook lange-afstands strategische anti-scheepsraketten, anti-tank lasergeleide raketten, anti-luchtraketten voor lage en middelhoogte, en andere precisie wapens. Die zijn gericht op preciese doelen boven alle Palestijnse gebieden die door Israël worden gecontroleerd, waaronder zee- en luchthavens, kazernes, infrastructuur, schepen, olieplatforms en helikopters of gevechtsvliegtuigen die op gemiddelde hoogte. opereren. Duizenden Hezbollah elitetroepen al-Ridwan, hebben sinds hun eerste gevecht in Syrië nog nooit een gevecht verloren.

Israël is nooit gestopt met het verwerven van het modernste militaire materiaal maar het is er anderzijds niet in geslaagd om zijn strijdlust te ontwikkelen. Het heeft geen nieuw militaire ervaring op het slagveld opgedaan. De laatste slag die het uitvocht dateert van 2006 in wat als de tweede Libanese oorlog (na de eerste invasie van 1982) werd beschouwd en die op vele niveaus eindigde in een mislukking. Intussen heeft Israëls vijand, Hezbollah, zijn eigen strijdlust ontwikkeld en versterkt na vele jaren van onafgebroken deelname op een zeer breed geografisch militair theater dat naar schatting bijna 12 keer zo groot is als Libanon zelf en 60 keer zo groot als het gevechtsgebied waarbinnen het Israël in het zuiden van Libanon en de Bekaa-vallei confronteerde.

Hezbollah vocht aan de zijde van klassieke (Syrische, Russische en Irakese) legers, waarbij het strijdservaring opdeed tegen door de CIA getrainde en bewapende groepen en aan Al Qaida en ISIS gelieerde jihadisten die over hoogontwikkelde ervaring (in combinatie met klassieke en guerrillavaardigheden) beschikten. Daarnaast bezaten ze ook een hoge mate van spirituele motivatie, veel gemotiveerder dan de Israëlische militairen. De jihadisten vochten tegen het Amerikaanse leger gedurende de gehele bezetting van Irak en Syrië en continueerden hun strijd tegen de Iraakse en Syrische legers en tegen diverse andere organisaties, wat hen, samen met een streven naar martelaarschap, aanzienlijke gevechtservaring en geavanceerde guerrillagevechtstactieken opleverden.

Hun nederlaag door Syrië en zijn Russische en Iraanse bondgenoten heeft echter de hoop van Israël tenietgedaan, zoals de minister van Defensie, Moshe Ya’alon aangaf toen hij zei dat hij de voorkeur gaf aan “de aanwezigheid van ISIS aan de grenzen van Israël, niet aan Iran en zijn bondgenoten”. Israël viel Syrische vliegtuigen, artillerie en inlichtingendiensten aan ter ondersteuning van de jihadisten, vooral in de gebieden van Quneitra waar het leger van Khaled bin Walid, dat trouw beloofde aan ISIS, werd ingezet, en in Daraa en andere zuidelijke gebieden die geschikt waren voor al-Nusra – al-Qaida .

Voot Israël waren deze acties niet voldoende. Israëlische gevechtsvliegtuigen opereerden diep in Syrië: Damascus, Homs, Hama, Al-Qaim, de woestijn van de Badia en elk gebied waar zich militaire depots en raketten bevinden die Iran aan het Syrische leger leverde om het te herbewapenen met precisieraketten.

Israël slaagde erin om een groot aantal van deze depots aan te vallen en te vernietigen. Dit zette Iran ertoe aan om zijn wapenopslagbeleid voor het Syrische leger te wijzigen. Syrië heeft strategische depots gebouwd in de bergen en in ondergronds silo’s, in afwachting van het juiste moment om – als reactie op de honderden Israëlische aanvallen – een evenwicht in de afschrikking te vindene, en moment dat nog niet is aangebroken. De prioriteit van Syrië is nog altijd de bevrijding van de nog resterende bezette gebieden, voornamelijk in Afrin, Idlib en omgeving, zonder daarbij de door de VS bezette olie- en gasvelden in het noordoosten van Syrië uit te sluiten.

In Idlib en omgeving heeft het Turkse leger grote militaire bases opgericht. Groepen van de Hayat Tahrir Sham (voorheen al-Nusra) en Ansar al-Din (al-Qaida en de overblijfselen van ISIS) opereren nog steeds in en rond de aangelegde Turkse militaire bases (d.w.z. Idlib en zijn omgeving).

Iran wil echter geen Israëlische aanval op zijn opslagplaatsen meer accepteren zonder enige reactie. Iraanse adviseurs (een paar honderd) hebben geen bevoegd om op deze aanvallen te reageren. Die beslissing ligt in handen van de Syrische president Bashar al-Assad. Al-Assad en zijn bondgenoten zijn zich ervan bewust dat elke Iraanse reactie vanuit Syrië hoogstwaarschijnlijk de VS zal meeslepen in de strijd om zijn bondgenoot Israël te steunen en een impact zal hebben op de komende VS-verkiezingen in het voordeel van president Trump. Trump, die moeite heeft om de talloze buitenlandse en binnenlandse zaken te beheren, is er nog lang niet zeker van dat hij een nieuwe termijn van vier jaar in het Witte Huis kan veiligstellen.

Daarom heeft Iran – volgens eigen bronnen – besloten de locaties waar zijn adviseurs aanwezig zijn te evacueren, niet om zich terug te trekken of te reorganiseren, maar om zijn bases te verplaatsen naar de kazerne van het Syrische leger. Hezbollah heeft de ontruimde Iraanse plekken overgenomen. Rusland is van de verandering op de hoogte gebracht zodat de informatie Israël zou bereiken, dat in overleg met Moskou. Tussen Israël en Rusland werd overeengekomen dat Moskou en Hmeimim op de hoogte zouden worden gebracht van de details van een eventuele aanval, voordat deze zou plaatsvinden om ongelukken te voorkomen, vooral nadat Rusland Israël ervan beschuldigde dat het opzettelijk dekking heeft gezocht achter zijn vliegtuigen om de Syrische luchtverdediging te misleiden, waardoor in september 2018 een Ilyushin-20 door de Syrische luchtafweer werd neergehaald en 15 Russische officieren omkwamen. Rusland informeert dan op zijn beurt het Syrische leger en zijn bondgenoten over de komende Israëlische aanval. Moskou weigert betrokken te zijn bij het Iran-Syriël-Israëlische conflict. Rusland heeft strategische belangen bij alle strijdende partijen en is geen partij binnen de “As van het Verzet”.

Rusland bracht de Israëlische leiding op de hoogte van deze stap van Iraanse adviseurs en hun aanwezigheid bij de Syrische legereenheden. Rusland heeft Israël gewaarschuwd het Syrische leger onder geen enkele beding aan te vallen en heeft hen geïnformeerd dat de Iraanse bases zijn overgedragen aan Hezbollah.

Het lijkt duidelijk dat Hezbollah Syrië en Iran wil ontlasten van de verantwoordelijkheid voor een reactie. Israël is zich ervan bewust dat elke aanval op de mensen van Hezbollah in Libanon of Syrië zou leiden tot een directe reactie langs de Libanese grenzen en in Palestina. Dit betekent dat Israël goed moet nadenken voordat het een Hezbollah-doel bombardeert, want er zullen zeker vergeldingsmaatregelen volgen die een Amerikaans-Israëlische reactie tegen Syrië moeten voorkomen. Hezbollah in Syrië is een nieuwe “Rule of Engagement” die de vrijheid van Israël om de soevereiniteit van Syrië te schenden verlamt.

Voordat Israëlische drones nog een aanval uitvoeren op specifieke doelen in Syrië, gaan ze na of er op die locaties geen Iraanse adviseurs meer aanwezig zijn en dat de Russische waarschuwing de betrokkenen bereikt heeft zodat de locatie ontruimd kan worden en er minder slachtoffers vallen. Israël volgt dezelfde aanpak als het auto’s of vrachtwagens van Hezbollah aanvalt, het waarschuwt de chauffeurs en passagiers vooraf. Israël vuurt dan een raket af, voor de auto of vrachtwagen, zodat de passagiers begrijpen dat ze die moeten verlaten en op afstand blijven zodat Israël een veilig bombardement op het voertuig kan uitvoeren. In dit geval kan de afgeschrikkende reactie van Hezbollah al dan niet nodig of pijnlijk zijn omdat het alleen om materiële schade gaat.

De Israëlische minister Naftali Bennett heeft verklaard dat Israël voor iedere vrachtwagen die het aanvalt, het er vijf zal laten passeren. Israël probeert verdere vernedering door afschrikking van Hezbollah te voorkomen, zoals gebeurde toen Israël vorig jaar probeerde kamikazedrones op de buitenwijken van Beiroet af te sturen. Vandaar dat het waarschijnlijk is dat de Israëlische aanvallen op Syrië in aantal zullen afnemen, of dat Israël zal vertrouwen op de informatie van zijn inlichtingendiensten voordat het een doelwit van Hezbollah aanvalt om ervoor te zorgen dat er geen mensen aanwezig zijn om verliezen en de daaruit voortvloeiende verdere vernedering zoals die welke het Israëlische leger in de afgelopen maanden aan de Libanees-Palestijnse grens heeft ervaren, te vermijden.

Israël loopt door een strategisch mijnenveld. Het gevaar ligt in elke mogelijke fout waarbij Hezbollah-militanten in Syrië zouden kunnen gedood worden. Een dergelijke afloop zou leiden tot een escalatie die het Midden-Oosten in een grotere en uitgebreidere oorlog zou kunnen storten. De timing zal niet in het voordeel zijn van Israël en zijn bondgenoot Donald Trump zijn. Trump’s presidentschap is al bevuild door buitenlandse crises met Rusland, China, Iran en Venezuela. Daar bovenop komt in eigen land het wanbeheer van de Coronacrisis, het verlies van tot 50 miljoen Amerikaanse jobs, plus de gevolgen van de recente rellen en raciale onrust na de moord op een zwarte Amerikaan door de politie.

De nieuwe gevechtsregels van Hezbollah, de geavanceerde bewapening en de uitstekende militaire ervaring vormen een aanzienlijke afschrikking. Toch kunnen oorlogen per ongeluk beginnen. Zal Israël zo’n fatale fout maken?

Het origineel artikel in het Engels Palestine: surrendering or preparing for a third intifada? en de vertaling Palestina: capituleren of zich voorbereiden op een derde intifada? werd voor het eerst gepubliceerd op de blog van Elijah J. Magnier op 31 mei 2020. De vertaling is van Francis J.

Je kan hier je reactie kwijt