Als je je jaren ter plekke verdiept in autoritaire landen, ga je gedifferentieerder denken over onderdrukking en onvrijheid. Je bent kritisch en betrokken, maar niet op de eenzijdige manier die in westerse media vaak voor ‘kritisch’ en ‘betrokken’ wordt aangezien.

Onze columnisten en politici schetsen normaliter volledig karikaturale, moralistische beelden van autoritaire landen. Er is dan een grote boze leider die alle macht heeft (deze leider is meestal de enige die in onze media bij naam wordt genoemd) en de mensen onderdrukt.

Iedereen die zo’n autoritair land ook maar een beetje beter kent, vindt de gangbare normatieve duidingen in onze media te kort door de bocht. De machtsverhoudingen liggen véél ingewikkelder, er zijn véél meer spelers in het verhaal en alles is moreel tien keer ambivalenter.

Een vriend van me die onderzoek deed naar politiek in Suriname, zegt altijd dat als je de Nederlandse media volgt, het lijkt alsof Bouterse de enige inwoner van dat land is. Berichten over Rusland noemen meestal alleen Poetin (en soms nog net Medvedev of Navalny).

Als je een autoritair (maar niet totalitair) land iets beter kent, wordt het moeilijk om het een simpel predikaat als “dictatuur” of “onvrij” te geven, om alles af te schuiven op een schurkleider of om de gehele bevolking zonder mitsen en maren te beschrijven als “onderdrukt”.

Je denkt eerder in termen als: Wat voor vrijheid? Onvrij voor wie? Waar precies in het land?

Je weet immers dat alles er rommelig is, dat ministeries en staatsorganisaties eigenlijk in handen zijn van in het geheim concurrerende informele netwerken en clans, dat er oases van vrijheid bestaan, dat de staat gaten laat vallen, dat beleid vaak tegenstrijdig is, dat het censuurbeleid binnen een paar maanden volledig kan draaien, dat het uitmaakt wie je bent, wie je kent en waar je je precies bevindt, dat de leiders en partijen die in de westerse media als bijna almachtig worden neergezet eigenlijk afhankelijk zijn van hun directe power base, van allianties en van interne compromissen, dat hun macht beperkt wordt door de incompetentie van hun ambtelijke apparaat, dat ze ook goede dingen gedaan hebben, dat we waarden met ze delen die andere politieke bewegingen en groepen in dat land niet met ons delen, dat maatschappelijke onvrijheden soms voortkomen uit oude tradities die op gespannen voet staan met centraal overheidsbeleid, en dat veel van het politieke systeem gedragen wordt door een bredere politieke cultuur die voortkomt uit unieke historische ervaringen en denkbeelden.

Maar nu komt ie: mensen die vanuit het karikaturale perspectief vertrekken, kunnen maar moeilijk onderscheid maken tussen regime-apologeten en kritische, betrokken stemmen die gewoon wat nuance toevoegen. Beide groepen reageren immers afkeurend op het karikaturale verhaal.

Een voorbeeld is deze column van de door mij zeer gewaardeerde. Lotfi El Hamidi suggereert dat oud-Rusland-correspondent Wierd Duk een regime-apologeet is omdat hij balkte bij het etiket “dictatuur” en een gedifferentieerdere beschrijving voorstelt. Nu staat mij er trouwens vaag iets van bij dat die twee elkaar wel eens eerder in de haren gevlogen zijn, dus misschien speelt Lotfi’s algemene beeld van Wierd Duk een rol. Lotfi’s betoog is in ieder geval gestoeld op een morele claim. Zijn polemiek tegen Wierd steunt op de voorstelling dat hij moreler is, gevoeliger is voor het lijden van gewone Russen of minder ontvankelijk is voor Poetinaanbidding. De gedachte is dat Lotfi Rusland daarom wel gewoon een dictatuur durft te noemen. Benoem het kwaad!

Maar wat was de beschrijving die Wierd dan wel voorstelde? Duk: Rusland is “een soort KGB-staat aangevuld met rijke zakenlieden”; “een autoritair bestuurd land met een vrij grote maatschappelijke vrijheid”. Lotfi noemt dat “acrobatisch”; Wierd zou, kortom, willen vergoeilijken.

Maar ’t klinkt meer als de nuanceringsdrang van iemand die er wat meer van afweet. Ik weet trouwens niets van Rusland, maar ik herken de parallellen met hoe iedereen die wat meer weet over China als mogelijk verdacht wordt gezien door mensen die heilig in de karikatuur geloven.

Laatste betichtte iemand me ervan “verliefd” te zijn op de Chinese Communistische Partij (CCP) omdat ik niet meeging met de lompste simplistische demoniseringen. Ik heb vanuit China meermaals kritische opiniestukken over Xi en de Oeigoeren in Xinjiang ingezonden.

Maar er mag in ons publieke discourse vaak gewoon geen nuance en ambivalentie bestaan. Een land is niet-liberaal-democratisch en dus onvrij en dus politiek slecht, maar met goede inwoners die massaal bevrijd zouden willen worden.

Goed, jullie snappen mijn punt nu wel.


De standpunten in dit artikel zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen al dan niet een weergave zijn van de standpunten van Plutopia.

Eric C. Hendriks
Latest posts by Eric C. Hendriks (see all)