Stuurloze diplomatie maakt de crisis in Afghanistan alleen maar erger

De internationale aandacht is deze week gericht op Oekraïne, waarbij veel waarnemers zich zorgen maken over de toekomst van het multilateralisme in een periode van strategische concurrentie tussen de VS, Rusland en China, uit vrees voor een dreigende uitbraak van een conflict. Een even verontrustende voorbode voor de toekomst van het multilateralisme is echter het collectieve onvermogen van de wereld om de aanhoudende crisis in Afghanistan aan te pakken.

Het komt tegenwoordig zelden voor dat de VS, de Europese Unie, Rusland, Iran, Pakistan, China en India het in grote lijnen eens zijn over een kwestie. Maar over Afghanistan is er een redelijke mate van consensus.

Vijf maanden na de machtsovername door de Taliban lijkt de internationale gemeenschap niet dichter bij een antwoord te zijn gekomen op de vraag hoe zij haar strategische belangen in Afghanistan kan behartigen, van het aanpakken van de Taliban tot het lenigen van de noden van miljoenen lijdende Afghanen. Dit ondanks het feit dat er weinig onenigheid bestaat over wat er op het spel staat. Het komt tegenwoordig zelden voor dat de VS, de Europese Unie, Rusland, Iran, Pakistan, China en India het in grote lijnen eens zijn over een kwestie. Maar over Afghanistan is er een redelijke mate van consensus. Er zijn geen openlijke voorstanders van erkenning van de Taliban. En hoewel de VS en hun westerse bondgenoten zich luidruchtiger hebben uitgelaten over de mensenrechtensituatie en de behandeling van vrouwen door de Taliban dan hun regionale tegenhangers, hebben alle regionale en internationale partners eenzelfde basispakket van eisen voorgesteld : de Taliban moeten een meer op integratie gerichte aanpak van het bestuur volgen, de migratie en de illegale handelsstromen beteugelen en voorkomen dat Afghanistan een nieuw toevluchtsoord voor terrorisme wordt.

Ondanks deze kern van overeenstemming blijft het internationale standpunt over Afghanistan politiek stuurloos. De massale stopzetting van hulp en financiering, de sancties en de bevriezing van tegoeden die na de machtsovername door de Taliban zijn ingesteld, hebben de Afghaanse economie wel in een wurggreep, maar de Taliban zijn niet tot andere inzichten gebracht op de kerngebieden waarover bezorgdheid bestaat. Op dit moment heeft naar schatting de helft van de bevolking – zo’n 23 miljoen – dringend hulp nodig en zal het land naar verwachting tegen deze zomer “universele armoede” benaderen, waarbij 98% van de huishoudens op de armoedegrens leeft.

Als reactie op deze enorme behoeften hebben westerse donors de humanitaire financiering, of wat soms wordt omschreven als “humanitair plus”, opgevoerd. De EU heeft ongeveer 1 miljard euro toegezegd. Duitsland heeft nog eens 600 miljoen euro uitgetrokken. En deze maand nog hebben de VS 300 miljoen dollar extra toegezegd, bovenop de 500 miljoen die vorig jaar al was toegezegd. Deze hulp is echter zo beperkt van aard en zo losgekoppeld van een zinvolle politieke strategie dat er weinig hoop is dat het lijden erdoor zal worden gestild, laat staan dat de grotere politieke problemen in Afghanistan erdoor zullen worden aangepakt. Omdat het onverteerbaar is de Taliban-regering te steunen en omdat men blijft hopen dat sancties en strenge voorwaarden de Taliban tot hervormingen zullen aanzetten, is de hulp grotendeels beperkt gebleven tot noodhulp en humanitaire bijstand, met enkele extra uitzonderingen voor essentiële diensten zoals personeel in de gezondheidszorg en het onderwijs of andere kleinschalige, rechtstreeks betaalde ontwikkelingsinitiatieven.

Geen enkele hoeveelheid overwinteringspakketten en microleningen voor kleine ondernemingen zal een ingestorte economie en een gebrek aan financiële middelen kunnen oplappen.

De aard van de economische crisis in Afghanistan betekent echter dat noodhulp en zelfs iets ruimere steun voor basisdiensten niet voldoende zullen zijn. Geen enkele hoeveelheid overwinteringspakketten en microleningen voor kleine ondernemingen zal een ingestorte economie en een gebrek aan financiële middelen kunnen compenseren. Dergelijke versnipperde en beperkte maatregelen zullen evenmin de belangrijkste neveneffecten tegengaan. Geconfronteerd met een dergelijke aanzienlijke economische druk zullen miljoenen Afghanen op de vlucht slaan; volgens de berichten zjn dat er al ongeveer een half miljoen. Geen enkele hoeveelheid maaltijdpakketten voor vluchtelingen in Iran of Pakistan zal dat tegenhouden.

De paradox van de huidige internationale reactie op Afghanistan is dat alle instrumenten voor crisisbeheersing voorhanden zijn, maar zonder enig daadwerkelijk vermogen, of zelfs maar de intentie, om de crisis op te lossen of te beheersen.

Het resultaat is dat de 2 miljard dollar en meer aan hulp die voor Afghanistan is uitgetrokken het menselijk lijden niet serieus zal verzachten en de onderliggende politieke doelstellingen van de internationale gemeenschap niet dichterbij zal brengen. Hoewel er een zekere internationale consensus bestaat over de gewenste eindtoestand met betrekking tot de standpunten van de Taliban, heeft de terughoudendheid om zich met de groep in te laten met iets meer dan “operationele betrokkenheid” bovendien elke coherente diplomatieke inspanning om die doelstellingen te bereiken verhinderd. Het enige wat overblijft is een vijgenblad van hoop dat de harde voorwaarden van de donors de Taliban er uiteindelijk toe zullen brengen hun gedrag te wijzigen. Die hoop is klein. Elke week lijken de Taliban verder af te wijken van de gewenste ijkpunten, met aanhoudende berichten over onderdak voor – en zelfs het verstrekken van Afghaanse paspoorten aan – buitenlandse strijders, vrijwel geen inspanningen om tot politieke integratie te komen en voortdurende extreme ontzegging van rechten. Deze week zijn vrouwelijke activisten die hadden gedemonstreerd voor het recht van vrouwen om te werken, opgepakt en gevangengezet.

Dit alles brengt ons terug bij de vraag wat de situatie in Afghanistan zegt over de algemene capaciteit van het internationale systeem en de bereidheid tot multilateraal crisisbeheer. De paradox van de huidige internationale reactie op Afghanistan is dat de instrumenten voor crisisbeheersing – hulp, ontwikkeling en op zijn minst de taal van diplomatieke voorwaarden voor bestuurshervormingen – allemaal voorhanden zijn, maar zonder enig daadwerkelijk vermogen of zelfs maar de intentie om de crisis op te lossen of te beheersen. Het is een crisisbeheersingsstrategie, maar een grotendeels onthoofde strategie, verstoken van enige politieke sturing of motivatie. Afghanistan is natuurlijk niet het enige voorbeeld van dit verschijnsel. De politieke impasses in Jemen en Syrië van de afgelopen jaren, naast andere mislukte staatsopbouw- of vredesonderhandelingen, hebben geleid tot vergelijkbare situaties van voortdurende hulp en zelfs subnationale bestuurssteun aan de bevolking, maar met weinig hoop dat het conflict daardoor daadwerkelijk wordt omgebogen, wat dergelijke mechanismen althans in theorie beogen te doen.

 Tegenwoordig willen westerse landen graag veiligheidsadviseurs naar Oekraïne sturen en speciale operatietroepen naar Taiwan, en ook andere krachtiger politieke en economische maatregelen nemen, niet voor het leveren van inhoud en crisisbeheersing zoals in Afghanistan, maar als afschrikking ten opzichte van Rusland en China.

Een groot deel van deze situatie is het gevolg van het feit dat grote, meerjarige inspanningen om een staat op te bouwen, zoals in Afghanistan, uitgeput zijn geraakt, maar het heeft ook te maken met verschuivende percepties en prioriteiten binnen het internationale systeem. In een forum over Afghanistan dat deze week volgens de regels van het Chatham House werd gehouden en waaraan ik deelnam, merkte een deelnemer op dat de NAVO-landen “genoeg hebben van langdurige, weinig succesvolle missies voor crisisrespons of staatsopbouw die geen resultaat hebben. De naam van het spel is nu afschrikking en verdediging”.

De spreker had natuurlijk gelijk. Tegenwoordig willen westerse landen graag veiligheidsadviseurs naar Oekraïne sturen en speciale operatietroepen naar Taiwan, en ook andere krachtiger politieke en economische maatregelen nemen, niet voor het leveren van inhoud en crisisbeheersing zoals in Afghanistan, maar als afschrikking ten opzichte van Rusland en China. Die accentverschuiving is echter niet raadzaam in een wereld waarin klimaatgebeurtenissen, wereldwijde bezorgdheid over de gezondheid, massale migratiestromen en economische ongelijkheden of repressie evenzeer tot ernstige internationale crises en dreigingen kunnen leiden als de verschijning van “kleine groene mannetjes” op strategische locaties.

Dit betekent niet, zoals een deelnemer aan hetzelfde forum deze week opmerkte, dat moet worden teruggekeerd naar het soort grootschalige inspanningen voor de opbouw van een staat die de afgelopen twee decennia kenmerkend waren voor het internationale engagement in Afghanistan. Maar het kan een grotere mate van politiek engagement en diplomatiek leiderschap met zich meebrengen, vooral van de kant van de Verenigde Staten. Het beleid van de VS ten aanzien van Afghanistan leek de afgelopen decennia, en zelfs nog vóór 2001, te luiden: “Doe het groots of ga naar huis”. In plaats daarvan zou de weg naar een duurzaam en doeltreffender multilateraal crisisbeheer wel eens minder kunnen gaan over grote inputs, sancties die de krantenkoppen halen en retorisch indrukwekkende persverklaringen, dan over het langzame en weinig glamoureuze proces van stapsgewijze onderhandelingen en betrokkenheid op de lange termijn. De Taliban zijn een moeilijk geval, en gezien hun ideologische strekking zullen zij wellicht niet gemakkelijk van standpunt veranderen. Maar zij zullen dat zeker niet doen zonder een geconsolideerd internationaal standpunt en engagement.

De toenemende multipolariteit in het internationale systeem, gecombineerd met belangrijke ideologische verschillen tussen de grote mogendheden, maakt strategische concurrentie onvermijdelijk. Maar dit mag de noodzaak van een meer traag en langdurig crisisbeheer niet overschaduwen, met name op plaatsen zoals Afghanistan, waar een werkelijk multilaterale aanpak zowel mogelijk als noodzakelijk is om resultaten te bereiken.


Het originele artikel “Rudderless Diplomacy Is Exacerbating Afghanistan’s Crisis” vind je hier. De vertaling werd verzorgd door Plutopia.
De standpunten in dit artikel zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen al dan niet een weergave zijn van de standpunten van Plutopia.

Laatste berichten van Erica Gaston (alles zien)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here