Kan de linkse alliantie met Jean-Luc Mélenchon de Franse parlementsverkiezingen winnen?

De laatste keer dat in Frankrijk links front vormde voor de eerste ronde van de parlementsverkiezingen dateert van 25 jaar geleden onder Lionel Jospin toen de “Gauche Plurielle” samen opkwam. Met electoraal succes want president Jacques Chirac moest in cohabitation gaan met Lionel Jospin als eerste minister.

Daarna lukte die linkse frontvorming niet meer. Sinds Macron in 2017 voor het eerst president werd kregen linkse (en pseudo-linkse) politici nagenoeg in elk interview spottend de vraag voorgelegd waarom links zo verdeeld was, waarom ze niet samenwerkten, dat zou toch lonender zijn, ze zouden samen sterker staan, of is het misschien een probleem van ego’s?

Dat het na al die jaren, na slechts 13 dagen dag en nacht vergaderen, ruziemaken, elkaar verwensen en vaak pijnlijke concessies doen, nu toch lukt is uitsluitend te danken aan de uitslag van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Met slechts 422.000 stemmen minder dan Marine Le Pen was het ei zo na Jean-Luc Mélenchon van La France Insoumise (LFI) die het tegen Macron zou opgenomen hebben in de tweede ronde. Het machts(on)evenwicht op links was plots zeer duidelijk geworden.

De 21,95% van de stemmen van Jean-Luc Mélenchon maakten La France Insoumise de centrale kracht ter linkerzijde. De 4,63% van Yannick Jadot van de groenen, (Europe Écologie Les Verts – EELV), de 2,28% van de communist Fabien Roussel (Parti Communiste Français – PCF) of de 1,75% van Anne Hidalgo (Parti Socialiste – PS) lieten daar geen twijfel over bestaan.

Jean-Luc Mélenchon stelde zich op 19 april, bij het bekendmaken van de eindresultaten van de presidentverkiezingen, ook onmiddellijk voor als kandidaat premier van de toekomstige regering na de parlementsverkiezingen van juni, de “derde ronde” zoals hij het noemde. “Jean-Luc Mélenchon is geslaagd in een buitengewone communicatieoperatie,” zei politicoloog Pascal Perrineau daarover op “C dans L’air”, één van de ontelbare dagelijkse debatprogramma’s op de Franse televisiekanalen. “De Fransen vragen om hem tot premier te verkiezen, ook al is het onzin, was een uiterst slimme strategie die hem niet alleen in staat stelde om de plaats van Marine Le Pen in te nemen als de nummer één tegenstander van Emmanuel Macron, maar ook om het imago van Frans links te veranderen en het centrale element ervan te worden.”

Onderhandelingen

De linkse partijen konden er niet meer omheen. Om nog relevant te zijn in de Franse politiek en de meubels te redden moesten ze met LFI gaan onderhandelen en een front proberen vormen voor de parlementsverkiezingen. Het was niet echt van harte en ze hebben er soms hun eigen geloofsleer voor moeten loochenen.

De PS stemde in met het voorstel tot afschaffing van de destijds door de Europese Commissie geëiste ‘modernisering’ van de arbeidswet El Khomri die in 2016 onder veel straatprotest door de regering van François Hollande door het parlement was gejaagd. Ook het terugdraaien van de pensioenleeftijd naar 60 jaar slikten ze. Daarmee namen de socialisten duidelijk afstand van de ‘verwezenlijkingen’ tijdens de vijfjarige ambtstermijn van François Hollande.

Die laatste verwierp vóór de partijstemming over de frontvorming het akkoord. “Ik denk dat deze overeenkomst niet zal worden aanvaard. Als dat zo is, heeft de PS besloten te verdwijnen”, zei hij. Hij wilde “een andere unie” met de communisten en de ecologisten. Maar de Groenen hadden die unie zelfs niet eens voorgesteld toen ze als eersten met LFI gingen praten en de PS stemde in met de samenwerking.

Corinne Narassiguin, nummer 2 van de Parti Socialiste, zette Hollande op zijn plaats met een kort, krachtig antwoord: “Ik vind het moeilijk te geloven dat ik vandaag vooral moet luisteren naar wat François Hollande te zeggen heeft over wat links is en wat trouw aan het socialisme is. Ik luister liever naar wat de kiezers ons in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen hebben verteld. Het was een zeer sterke en duidelijke boodschap.”

 

Samenwerken om niet overbodig te worden

Olivier Faure, eerste secretaris van de PS, had ook al zijn berekeningen gemaakt en geconcludeerd dat als de partij nog wilde overleven, ze beter eieren voor haar geld koos. In een sterke, duidelijke boodschap aan de militanten vertelde hij hen: “Anne Hidalgo haalde een score van meer dan 3% in slechts 12 van de 577 kiesdistricten. Ze kwam in geen van de gevallen boven de 5% uit. Volgens de prognoses van haar teams zou de PS zonder een verkiezingsakkoord slechts 3 tot 5 parlementsleden overhouden (tegenover 30 in 2017 en 280 in 2012).”

Om te overleven als partij en als parlementaire fractie (waarvoor minimum 15 parlementszetels nodig zijn) was het voor PS, EELV en PCF essentieel een akkoord te sluiten met LFI. De NUPES, Nouvelle Union Populaire écologique et sociale, het nieuwe front had het daarom niet alleen over het politieke programma maar ook over het aantal kiesdistricten die elke partij toebedeeld kreeg met een duidelijk omschreven doel: elke partij in staat stellen voldoende parlementsleden te verkrijgen om een fractie in de Assemblée te vormen.

EELV onderhandelde als eerste met LFI en haalde 100 kiesdistricten binnen. De PS kreeg er 70 toebedeeld en de PCF moest genoegen nemen met 50 kiesdistricten. LFI hield daarmee zelf 357 districten over.

Ontevredenen, dissidenten en spanningen

Het zou geen politiek zijn als er geen ontevredenen, dissidenten, spanningen, pogingen tot destabilisatie aan te pas kwamen.

De verdeling van de kiesdistricten viel natuurlijk niet altijd gunstig uit voor iedereen. Sommige districten die partijen of parlementsleden als een bastion van zichzelf beschouwden moesten ze soms afstaan aan kandidaten van een andere partij binnen de NUPES. Niet iedereen legde zich daarbij neer, in totaal zijn er een dozijn potentiële dissidente kandidaten die tegen de NUPES willen opkomen.

Sommige PS-, EELV– en PCF-kaderleden zien het akkoord als een electoraal koopje dat hen in staat stelt hun partijen te redden, maar zij zijn niet van plan Mélenchon te helpen campagne te voeren of met hem te regeren. De politieke realiteit zal zich misschien aan hen opdringen, maar in de huidige omstandigheden is het moeilijk om beter te verwachten…

Angst en haat

Wat de reacties betreft bij extreemrechts, rechts, extreemcentrum, de zich links noemende filosofen, de anti-vakbondssocialisten en dezelfde opiniemakers en politieke journalisten die een paar weken geleden nog het verdeelde links hekelden… Het is in twee woorden samen te vatten: Haat en Angst.

Nadat ze maandenlang rond extreemrechts gepolariseerd hebben, een structureel xenofoob en racistisch project voor de samenleving hebben omfloerst, een open-fascistische presidentskandidaat overal met eerbied ontvangen en gepropageerd hebben, maken de dominante media nu gebruik van hun macht om de nieuwe linkse alliantie te verguizen: “fascisme met een menselijk gelaat“, “oplichterij”, “een gevaar voor Frankrijk”.

Tussen de twee rondes van de presidentsverkiezingen was Mélenchon een respectabel man, gedreven door een echt verantwoordelijkheidsgevoel (het was belangrijk zijn kiezers niet te beledigen, zij waren tenslotte de sleutel tot de overwinning van Macron). Eens de uitslag gekend en Macron verkozen, werd Mélenchon “de andere Le Pen”, een bullebak met “hegemoniale ambities”.

Met dit akkoord tussen Insoumis en de socialisten is het Chavez die met Jaurès wordt gekoppeld. Poetin met Léon Blum. Zo wordt hier, voor een bord linzen (een handvol kiesdistricten), al het geduldige werk van links, 50 jaar lang, om de totalitaire verleiding te weerstaan, van de hand gedaan. Het is een schande”. (Bernard-Henri Lévy, Twitter 04/05).

Op de Franse nieuwszender LCI (06/05) beschrijft Jean-François Kahn, oprichter van het tijdschrift Marianne dat de slogan “nooit partijdig, altijd militant” voert, de Insoumis als “neo-Bolsjewieken”. “Een sekte” oordeelde twee dagen eerder oud-hoofdredacteur van Charlie Hebdo Philippe Val op Europe 1.

Maar het is vooral Jean-Luc Mélenchon die onvoorstelbare veel haat genereert. Hij lijkt wel de verpersoonlijking van alle kwaad: “Jean-Luc Mélenchon wil de crisis van het regime versnellen, een machtsgreep wagen en een laatste rondje in de piste doen voordat hij zich levend laat mummificeren als een kleine Franse Lenin die door alle volgelingen van de Revolutie vereerd en aanschouwd wordt”. (Mathieu Bock-Côté (Europe 1, 27/04). De zakenkrant Les Echos heeft het dan weer over “Mélenchon of de nederlaag van de rede”, “vermoeide held van een falend links”, “verliefd op de leiders van een failliet Venezuela”, “een ‘Insoumi behalve met dictators, “regressief links”. Kortom… “de waanzin van Mélenchon”.

Een hele bloemlezing van verkettering en vuilspuiterij op de nieuwe unie en Mélenchon kan je vinden op de site van Acrimed, het toonaangevende media-observatorium in Frankrijk.

Het noteren waard is ook dat de Rassemblement National (RN) van Marine Le Pen La République en Marche van Emmanuel Macron te hulp schoot door op te roepen tot de vorming van een republikeins front tegen de NUPES. Marine Le Pen veroordeelde zelfs het idee om Emmanuel Macron een ‘cohabitation’ op te leggen. Volgens haar is dat in strijd met de instituties van de republiek”. Extreemrechts komt zo tevoorschijn voor wat het is: het reservewiel van het neoliberale systeem.

De peilingen en de kiezers

De media hebben het over de mogelijke ramp die eraan komt: o wee, hier komen de loonsverhoging, de ecologische overgang en de herinvoering van de vermogensbelasting… Wat een ramp! Maar belangrijker is hoe het staat met de Franse kiezer.

De meerderheid van de Franse kiezers, tenslotte zijn zij het die zullen beslissen over de samenstelling van het parlement en (toch min of meer) over welke politiek er daarna zal gevoerd moeten worden, komen in de reguliere media haast nooit aan het woord. Tenzij zijdelings, in peilingen waarbij een groep van enkele honderden of duizenden ondervraagd worden over hun kiesintenties. Het resultaat daarvan zou dan een idee moeten geven van wat de hele bevolking denkt en zegt. Het klopt soms maar ook vaak niet.

Bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in april hadden de peilingen helemaal niet voorzien dat Jean-Luc Mélenchon zo hoog zou scoren. En ook niet dat Eric Zemmour zou afgaan als een gieter, net zoals de kandidaten van Les Républicains (LR), de PCF, EELV en PS. Maar peilingsbureaus blijven natuurlijk doen wat ze denken te moeten doen, peilingen houden.

Een peiling van Elabe voor BFMTV en gepubliceerd op woensdag 4 mei, stelt dat 4 op de 10 Fransen nog geen overwinnaar van de verkiezingen voorspellen, 23% verwacht dat de linkse alliantie wint, 21% de alliantie onder leiding van LREM van Emmanuel Macron en 14% de RN van Marine Le Pen. 84% van de linkse sympathisanten (d.w.z. Fransen die aanleunen bij de PCF, LFI, PS of EELV) zegt voorstander te zijn van de nieuwe linkse alliantie NUPES.

Volgens een eerste peiling van Ifop-Fiducial gehouden tussen 6 en 9 mei voor de Franse nieuwszender LCI, zouden er drie grote blokken ontstaan. NUPES, de unie van La France insoumise, Europe Ecologie-Les Verts, de Socialistische Partij en de Communistische Partij zou in de eerste ronde aan het langste eind trekken en 28% van de stemmen krijgen. De kandidaten van de presidentiële meerderheid (LAREM, MoDem, Horizons, Agir),verenigd onder de vlag “Ensemble!” zouden er net achter komen, met 27% van de stemmen. De Rassemblement National van Marine Le Pen zou derde worden met 22% van de stemmen.

Bij de meest recente peiling, die van Harris International, gepubliceerd op 18 mei, loopt de alliantie van links, de NUPES, met de steun van 29% van de ondervraagde Fransen uit op de kandidaten van de presidentiële meerderheid Ensemble met 26%. 23% steunt een kandidaat van het RN, 10% een kandidaat van de Republikeinen, en 5% een kandidaat van Reconquête van Eric Zemmouri

Maar… de vraag was: kan de linkse alliantie winnen?

De structuur van de parlementsverkiezingen in Frankrijk ligt moeilijk voor links. Hun aanhangers zijn vaak jonger en minder geneigd om te gaan stemmen. Bovendien gaan de verkiezingen door in twee rondes waarbij de twee kandidaten die in de eerste ronde de meeste stemmen bekomen doorgaan naar de tweede ronde, 14 dagen later. .Vaak worden er binnen die twee weken allianties gesloten om een front te vormen tegen links. De stemmen voor LFI, EELV, PCF en PS waren bij de presidentsverkiezingen vooral geconcentreerd in en rond de grote steden. De NUPES kan daar bij de eerste ronde enkele tientallen kiesdistricten winnen, maar zou in de tweede ronde in tientallen andere kiesdistricten afwezig kunnen zijn of moeten opboksen tegen een alliantie van tegenstanders.

Hoofdzaak voor de linkse alliantie is dus het mobiliseren van de respectievelijke kiezers. Vandaar de niet aflatende pogingen van de media om de NUPES te demoniseren die volgens Le Figaro de weg zou vrijmaken voor een “sovjetisering van de Franse economie”.

Francis Jorissen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here