De vervolging van Julian Assange

Op 4 mei 2022 publiceerde Jonathan Cook een bespreking van het boek van Nils Melzer, de Speciale Rapporteur van de VN voor foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Hij wordt veelal omschreven als de folterexpert van de VN.

Volgens Nils Melzer hebben het VK en de VS samengespannen om de WikiLeaks-oprichter Juulian Assange publiekelijk te vernietigen – waarbij ze op die manier tegelijkertijd een waarschuwing sturen aan anderen (jounalisten, klokkenluiders… ) om hen ervan ervan te weerhouden hun misdaden aan de kaak te stellen.

Ondertussen heeft de Britse minister Priti Patel vandaag 17 juni 2022 beslist dat Julian Assange aan De VS mag uitgeleverd worden. D¨riti Patel wist zeer goed wat de Amerikaanse en Britse regering van haar wilden. Patel is een zeer ambitieus politica die nij haat beslissing ongetwijfeld zal rekening gehouden hebben hoe die haar carrière zal beïnvloeden.


De Britse minister van Binnenlandse Zaken, Priti Patel, zal deze maand beslissen of Julian Assange wordt uitgeleverd aan de Verenigde Staten, waar hem een straf van maximaal 175 jaar te wachten staat – hoogstwaarschijnlijk uitgezeten in strikte, 24-uurs isolatie in een Amerikaanse superbeveiligde gevangenis.

Hij heeft al drie jaar in even zware omstandigheden doorgebracht in de zwaarbeveiligde Belmarsh-gevangenis in Londen.

De 18 aanklachten die in de VS tegen Assange zijn ingediend, houden verband met de publicatie door WikiLeaks in 2010 van uitgelekte officiële documenten, waarvan er vele aantonen dat de VS en het VK verantwoordelijk waren voor oorlogsmisdaden in Irak en Afghanistan. Voor die misdaden is niemand voor het gerecht gebracht.

In plaats daarvan heeft de VS Assange’s journalistiek als spionage bestempeld – en daarmee het recht doen gelden om elke journalist ter wereld die het opneemt tegen de Amerikaanse nationale veiligheidsstaat te arresteren – en in een reeks uitleveringszittingen hebben de Britse rechtbanken daar hun zegen voor gegeven.

De langdurige processen tegen Assange zijn gevoerd in rechtszalen met streng beperkte toegang en in omstandigheden die journalisten herhaaldelijk de mogelijkheid hebben ontzegd om de zaak naar behoren te verslaan.

Ondanks de ernstige implicaties voor een vrije pers en democratische verantwoordingsplicht, heeft Assange’s benarde situatie weinig meer dan een flikkering van bezorgdheid uitgelokt bij een groot deel van de westerse media.

Weinig waarnemers lijken eraan te twijfelen dat Patel het uitleveringsbevel van de VS zal goedkeuren – en dat geldt zeker voor Nils Melzer, professor in de rechten en speciaal rapporteur van de Verenigde Naties.

In zijn rol als VN-expert inzake foltering heeft Melzer er sinds 2019 zijn werk van gemaakt om niet alleen de behandeling van Assange tijdens zijn 12 jaar durende oplopende opsluiting – onder toezicht van de Britse rechtbanken – onder de loep te nemen, maar ook de mate waarin een behoorlijke rechtsgang en de rechtsstaat zijn gevolgd bij de vervolging van de oprichter van WikiLeaks.

The trial of Julian Assange – Nils Melzer – Verso Books

Melzer heeft zijn gedetailleerde onderzoek gedistilleerd in een nieuw boek, The Trial of Julian Assange, (te bestellen en af te halen bij elke goede onafhankelijke boekenwinkel in Vlaanderen en Nederland) dat een schokkend verslag geeft van ongebreidelde wetteloosheid door de belangrijkste betrokken staten – Groot-Brittannië, Zweden, de VS, en Ecuador. Het boek documenteert ook een geraffineerde campagne van desinformatie en karaktermoord om die wandaden te verdoezelen.

Het resultaat, zo concludeert Melzer, is een meedogenloze aanval op niet alleen Assange’s grondrechten, maar ook op zijn fysieke, mentale en emotionele welzijn, die Melzer kwalificeert als psychologische marteling.

De VN-rapporteur stelt dat het Verenigd Koninkrijk veel te veel geld en spierkracht heeft geïnvesteerd in het veiligstellen van Assange’s vervolging namens de VS, en zelf een te dringende behoefte heeft om anderen ervan te weerhouden Assange’s pad te volgen in het blootleggen van westerse misdaden, om het risico te nemen Assange vrijuit te laten gaan.

In plaats daarvan heeft het deelgenomen aan een grootscheepse juridische schertsvertoning om de politieke aard van Assange’s opsluiting te verhullen. En door dit te doen, heeft het systematisch de rechtsstaat met voeten getreden.

Melzer gelooft dat de zaak Assange zo belangrijk is omdat het een precedent schept voor het uithollen van de meest basale vrijheden die de rest van ons als vanzelfsprekend beschouwt. Hij opent het boek met een citaat van Otto Gritschneder, een Duitse advocaat die de opkomst van de nazi’s van dichtbij heeft meegemaakt: “Wie slaapt in een democratie, wordt wakker in een dictatuur”.

Met de rug tegen de muur

Melzer heeft zijn stem verheven omdat hij van mening is dat in de zaak Assange alle resterende institutionele checks and balances op de staatsmacht, met name die van de VS, zijn ondermijnd.

Hij wijst erop dat zelfs de prominente mensenrechtengroep Amnesty International heeft vermeden Assange te karakteriseren als een “gewetensgevangene”, ondanks het feit dat hij aan alle criteria voldoet, waarbij de groep blijkbaar bang is voor een terugslag van geldschieters (p81).

Hij merkt ook op dat, afgezien van de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie, bestaande uit deskundige hoogleraren in de rechten, de VN zelf de schendingen van Assange’s rechten grotendeels heeft genegeerd (p3). Voor een groot deel komt dat omdat zelfs staten als Rusland en China terughoudend zijn om Assange’s politieke vervolging om te zetten in een stok om het Westen mee te slaan – zoals anders te verwachten zou zijn.

De reden hiervoor, aldus Melzer, is dat het journalistieke model van WikiLeaks van alle staten een grotere verantwoordingsplicht en transparantie eist. Nu Ecuador Assange laattijdig in de steek heeft gelaten, lijkt hij volledig overgeleverd aan de genade van ’s werelds belangrijkste supermacht.

In plaats daarvan, zo betoogt Melzer, hebben Groot-Brittannië en de VS de weg vrijgemaakt om Assange te belasteren en hem onder het mom van een reeks juridische procedures geleidelijk te laten verdwijnen. Dit is alleen mogelijk geworden door de medeplichtigheid van aanklagers en de rechterlijke macht, die de weg van de minste weerstand volgen om Assange en de zaak die hij vertegenwoordigt het zwijgen op te leggen.

Het is wat Melzer een officieel “beleid van kleine compromissen” noemt – met dramatische gevolgen (p250-1).

Zijn 330 pagina’s tellende boek staat zo vol met voorbeelden van misbruik van een eerlijk proces – op juridisch, vervolgend en gerechtelijk niveau – dat het onmogelijk is om er ook maar een fractie van samen te vatten.

De VN-rapporteur weigert echter om dit als een samenzwering te bestempelen – al was het maar omdat hij zichzelf daarmee als deel van een samenzwering zou beschuldigen. Hij geeft toe dat toen de advocaten van Assange hem in 2018 voor het eerst om hulp vroegen, met het argument dat de omstandigheden van Assange’s opsluiting neerkwamen op marteling, hij hun pleidooien negeerde.

Zoals hij nu erkent, was ook hij beïnvloed door de demonisering van Assange, ondanks zijn lange professionele en academische opleiding om technieken van perceptiemanagement en politieke vervolging te herkennen.

“Voor mij, net als de meeste mensen over de hele wereld, was hij gewoon een verkrachter, hacker, spion en narcist,” zegt hij (p10).

Pas later, toen Melzer er eindelijk mee instemde om de effecten van Assange’s langdurige opsluiting op zijn gezondheid te onderzoeken – en ontdekte dat de Britse autoriteiten zijn onderzoek bij elke gelegenheid tegenhielden en hem openlijk misleidden – ging hij dieper graven. Toen hij de juridische verhalen rond Assange begon uit te pluizen, ontrafelden de draden zich snel.

Hij wijst op de risico’s van het spreken – een prijs die hij aan den lijve heeft ondervonden – die anderen hebben doen zwijgen.

“Met mijn compromisloze houding zette ik niet alleen mijn geloofwaardigheid op het spel, maar ook mijn carrière en mogelijk zelfs mijn persoonlijke veiligheid… Nu stond ik plotseling met mijn rug tegen de muur, mensenrechten en de rechtsstaat te verdedigen tegen dezelfde democratieën die ik altijd als mijn naaste bondgenoten in de strijd tegen foltering had beschouwd. Het was een steile en pijnlijke leercurve” (blz. 97).

Hij voegt er spijtig aan toe: “Ik was onbedoeld een dissident geworden binnen het systeem zelf” (p269).

Ondermijning van het recht

Het web van complexe zaken waarin de oprichter van WikiLeaks verstrikt is geraakt – en waardoor hij gevangen is gehouden – omvatte een volledig onproductief, tien jaar durend onderzoek naar aanranding door Zweden; een verlengde detentie vanwege een borgtochtovertreding die plaatsvond nadat Assange asiel had gekregen van Ecuador om politieke uitlevering aan de VS te voorkomen; en het in het geheim bijeenroepen van een jury in de VS, gevolgd door eindeloze hoorzittingen en beroepszaken in het VK om hem uit te leveren als onderdeel van de politieke vervolging waarvoor hij juist waarschuwde.

Het doel, zegt Melzer, was niet om Assange’s vervolging te bespoedigen – dat zou het risico hebben betekend dat de afwezigheid van bewijs tegen hem in zowel de Zweedse als de Amerikaanse zaak aan het licht zou komen. Het doel was eerder om Assange op te sluiten in een eindeloos proces van niet-vervolging, terwijl hij gevangen wordt gehouden onder steeds draconischer omstandigheden en het publiek zich tegen hem keert.

Wat – althans voor toeschouwers – leek op het handhaven van de wet in Zweden, Groot-Brittannië en de VS was precies het tegenovergestelde: de herhaalde ondermijning ervan. Het niet volgen van elementaire juridische procedures was zo consistent, betoogt Melzer, dat het niet kan worden gezien als gewoon een reeks ongelukkige fouten.

Het is gericht op de “systematische vervolging, het tot zwijgen brengen en vernietigen van een lastige politieke dissident”. (p93)

Assange is, in de ogen van Melzer, niet alleen een politieke gevangene. Hij is iemand wiens leven ernstig in gevaar wordt gebracht door onophoudelijke mishandelingen die overeenkomen met de definitie van psychologische marteling.

Dergelijke marteling is afhankelijk van het feit of het slachtoffer wordt geïntimideerd, geïsoleerd, vernederd, en onderworpen aan willekeurige beslissingen (p74). Melzer verduidelijkt dat de gevolgen van dergelijke folteringen niet alleen de mentale en emotionele coping mechanismen van slachtoffers afbreken, maar na verloop van tijd ook zeer tastbare fysieke gevolgen hebben.

Melzer legt de zogenaamde “Mandela Regels” uit – genoemd naar de lang gevangen gehouden zwarte verzetsleider Nelson Mandela, die hielp de Zuid-Afrikaanse apartheid ten val te brengen – die het gebruik van extreme vormen van eenzame opsluiting beperken.

In het geval van Assange echter “werd deze vorm van mishandeling zeer snel de status quo” in Belmarsh, ook al was Assange een “niet-gewelddadige gevangene die geen bedreiging vormde voor wie dan ook”. Naarmate zijn gezondheid verslechterde, isoleerden de gevangenisautoriteiten hem verder, zogenaamd voor zijn eigen veiligheid. Als gevolg hiervan, concludeert Melzer, kon Assange “voor onbepaalde tijd het zwijgen worden opgelegd en misbruikt, allemaal onder het mom van bezorgdheid om zijn gezondheid”. (p88-9)

De rapporteur merkt op dat hij niet aan zijn VN-mandaat zou voldoen als hij niet alleen zou protesteren tegen de martelingen van Assange, maar ook tegen het feit dat hij wordt gemarteld om degenen te beschermen die zich schuldig hebben gemaakt aan martelingen en andere oorlogsmisdaden die aan het licht zijn gekomen in de door WikiLeaks gepubliceerde Irak- en Afghanistan-logboeken. Zij blijven ontsnappen aan berechting met de actieve medeplichtigheid van dezelfde staatsautoriteiten die Assange proberen te vernietigen (p95).

Met zijn lange ervaring in het behandelen van martelzaken over de hele wereld, suggereert Melzer dat Assange grote reserves van innerlijke kracht heeft die hem in leven hebben gehouden, zij het steeds brozer en lichamelijk zieker. Assange heeft veel gewicht verloren, is regelmatig verward en gedesoriënteerd, en heeft een kleine beroerte gehad in Belmarsh.

Velen van ons, zo kan de lezer afleiden, zouden nu al bezweken zijn aan een dodelijke hartaanval of beroerte, of zelfmoord hebben gepleegd.

Een andere verontrustende implicatie hangt boven het boek: dat dit de ultieme ambitie is van degenen die hem vervolgen. De huidige uitleveringszittingen kunnen tot in het oneindige worden uitgesteld, met beroepen tot aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, waardoor Assange al die tijd buiten beeld blijft, zijn gezondheid verder wordt aangetast, en er een sterker afschrikwekkend effect ontstaat op klokkenluiders en andere journalisten.

Dit is een win-win situatie, merkt Melzer op. Als Assange’s geestelijke gezondheid volledig instort, kan hij worden opgesloten in een psychiatrische inrichting. En als hij sterft, zou dat eindelijk het ongemak oplossen van het in stand houden van de juridische schertsvertoning die nodig was om hem zo lang het zwijgen op te leggen en uit beeld te houden (p322).

De poppenkast in Zweden

Melzer besteedt een groot deel van het boek aan het reconstrueren van de beschuldigingen van seksuele aanranding tegen Assange in Zweden in 2010. Hij doet dit niet om de twee betrokken vrouwen in diskrediet te brengen – in feite betoogt hij dat het Zweedse rechtssysteem hen evenzeer in de steek heeft gelaten als Assange – maar omdat die zaak de weg vrijmaakte voor de campagne om Assange af te schilderen als een verkrachter, narcist en voortvluchtige van justitie.

De VS hadden misschien nooit de openlijk politieke vervolging van Assange kunnen starten, als hij niet al was veranderd in een populaire haatfiguur door de zaak Zweden. Zijn demonisering was nodig – evenals zijn verdwijning uit het zicht – om de weg te effenen voor het herdefiniëren van nationale veiligheidsjournalistiek als spionage.

Melzer’s nauwgezette onderzoek van de zaak – geholpen door zijn beheersing van het Zweeds – onthult iets dat de mainstream media hebben genegeerd: Zweedse aanklagers hadden nooit de schijn van een zaak tegen Assange, en blijkbaar nooit de geringste intentie om het onderzoek verder te laten gaan dan het aanvankelijk afnemen van getuigenverklaringen.

Niettemin, zoals Melzer opmerkt, werd het “het langste ‘vooronderzoek’ in de Zweedse geschiedenis” (p103).

De eerste aanklager die de zaak in 2010 onderzocht, liet het onderzoek onmiddellijk vallen met de woorden: “er is geen verdenking van een misdrijf” (p133).

Toen de zaak uiteindelijk in 2019 werd afgerond, vele maanden voordat de verjaringstermijn was bereikt, merkte een derde aanklager eenvoudigweg op dat “niet kan worden aangenomen dat verder onderzoek de bewijssituatie op significante wijze zal veranderen” (p261).

In juridische taal gesteld, was dat een bekentenis dat het ondervragen van Assange niet zou leiden tot een aanklacht. De voorgaande negen jaar waren een juridische schertsvertoning geweest.

Maar in die tussenliggende jaren werd de illusie van een geloofwaardige zaak zo goed in stand gehouden dat grote kranten, waaronder de Britse krant The Guardian, herhaaldelijk verwezen naar “aanklachten van verkrachting” tegen Assange, ook al was hij nooit ergens van aangeklaagd.

Nog belangrijker is, zoals Melzer steeds weer opmerkt, dat de beschuldigingen tegen Assange zo duidelijk onhoudbaar waren dat de Zweedse autoriteiten nooit geprobeerd hebben om ze serieus te onderzoeken. Als ze dat wel hadden gedaan, zou dat meteen hun nutteloosheid hebben blootgelegd.

In plaats daarvan zat Assange in de val. Gedurende de zeven jaar dat hij asiel kreeg in de Londense ambassade van Ecuador, weigerden de Zweedse aanklagers de normale procedures te volgen en hem te ondervragen waar hij was, persoonlijk of via de computer, om de zaak op te lossen. Maar diezelfde aanklagers weigerden ook de standaard garanties af te geven dat hij niet aan de VS zou worden uitgeleverd, wat zijn asiel in de ambassade overbodig zou hebben gemaakt.

Op deze manier, aldus Melzer, “kon het verhaal van de verdachte van verkrachting tot in het oneindige worden volgehouden zonder ooit voor de rechter te komen. In het openbaar kon deze opzettelijk gefabriceerde uitkomst handig de schuld worden gegeven aan Assange, door hem te beschuldigen van het ontlopen van gerechtigheid” (p254).

De weggevallen neutraliteit

Uiteindelijk kwam het succes van de Zweedse zaak in het belasteren van Assange voort uit het feit dat het werd gedreven door een verhaal dat bijna onmogelijk in twijfel te trekken was zonder de twee vrouwen in het centrum ervan te kleineren.

Maar het verkrachtingsverhaal was niet van de vrouwen zelf. Het werd in feite aan de zaak – en aan hen – opgelegd door elementen binnen het Zweedse establishment, met weerklank in de Zweedse media. Melzer waagt een gokje waarom de kans om Assange in diskrediet te brengen zo agressief werd aangegrepen.

Na de val van de Sovjet-Unie lieten de Zweedse leiders de historische neutraliteit van het land varen en gooiden ze hun hand in de lucht met de VS en de wereldwijde “oorlog tegen het terrorisme”. Stockholm werd snel geïntegreerd in de westerse veiligheids- en inlichtingengemeenschap (p102).

Dit alles kwam in gevaar toen Assange zijn oog op Zweden begon te laten vallen als een nieuwe basis voor WikiLeaks, aangetrokken door de grondwettelijke bescherming van uitgevers.

In feite was hij juist om die reden in Zweden in de aanloop naar de publicatie door WikiLeaks van de oorlogsverslagen over Irak en Afghanistan. Het moet voor het Zweedse establishment maar al te duidelijk zijn geweest dat elke stap om WikiLeaks daar te vestigen het risico inhield dat Stockholm op ramkoers zou komen met Washington (p159).

Dit, zo stelt Melzer, is de context die helpt bij het verklaren van een verbazingwekkend haastig besluit van de politie om de officier van justitie op de hoogte te stellen van een verkrachtingsonderzoek tegen Assange, minuten nadat een vrouw die alleen “S” wordt genoemd voor het eerst met een politieagent sprak in een centraal station in Stockholm.

In feite waren S en een andere vrouw, “A”, niet van plan om een beschuldiging tegen Assange in te dienen. Nadat ze hadden vernomen dat hij kort na elkaar seks met hen had gehad, wilden ze dat hij een HIV-test zou doen. Ze dachten dat het benaderen van de politie hem wel zou dwingen (p115). De politie had andere ideeën.

De onregelmatigheden in de behandeling van de zaak zijn zo talrijk dat Melzer het grootste deel van 100 pagina’s besteedt aan het documenteren ervan. De getuigenissen van de vrouwen werden niet opgenomen, letterlijk getranscribeerd, of bijgewoond door een tweede agent. Ze werden samengevat.

Dezelfde, zeer gebrekkige procedure – een die het onmogelijk maakte om te zeggen of leidende vragen hun getuigenis beïnvloedden of dat belangrijke informatie werd uitgesloten – werd gebruikt tijdens de interviews van getuigen die bevriend waren met de vrouwen. Assange’s interview en dat van zijn bondgenoten, daarentegen, werden woordelijk opgenomen en getranscribeerd (p132).

De reden waarom de vrouwen hun verklaringen aflegden – de wens om een HIV-test te krijgen van Assange – werd niet vermeld in de samenvattingen van de politie.

In het geval van S. werd haar getuigenis later zonder haar medeweten gewijzigd, in zeer dubieuze omstandigheden die nooit zijn opgehelderd (p139-41). De originele tekst is geredigeerd, dus het is onmogelijk te weten wat er is veranderd.

Nog vreemder is dat een aangifte van verkrachting tegen Assange in het computersysteem van de politie werd geregistreerd om 16.11 uur, 11 minuten na de eerste ontmoeting met S en 10 minuten voordat een hoge officier was begonnen met het verhoor van S – en twee en een half uur voordat dat verhoor zou eindigen (p119-20).

Een ander teken van de verbazingwekkende snelheid van de ontwikkelingen is dat de openbare aanklager van Zweden tegen 17.00 uur twee processen-verbaal tegen Assange had ontvangen van de politie, lang voordat het verhoor met S was afgerond. De openbare aanklager vaardigde vervolgens onmiddellijk een arrestatiebevel uit tegen Assange voordat de samenvatting van de politie was geschreven en zonder rekening te houden met het feit dat S er niet mee instemde het te ondertekenen (p121).

Vrijwel onmiddellijk lekte de informatie uit naar de Zweedse media, en binnen een uur na ontvangst van de processen-verbaal had de officier van justitie het protocol geschonden door de details aan de Zweedse media te bevestigen (p126).

Geheime wijzigingen

Het voortdurende gebrek aan transparantie in de behandeling van Assange door de Zweedse, Britse, Amerikaanse en Ecuadoriaanse autoriteiten wordt een thema in Melzer’s boek. Bewijsmateriaal wordt niet beschikbaar gesteld onder de wetten op vrijheid van informatie, of, als dat wel gebeurt, wordt het zwaar geredigeerd of worden slechts enkele delen vrijgegeven – vermoedelijk die delen die niet het risico lopen het officiële verhaal te ondermijnen.

Vier jaar lang werd het Assange’s advocaten geweigerd kopieën te maken van de sms-berichten die de twee Zweedse vrouwen stuurden – met als argument dat ze “geheim” waren. De berichten werden ook geweigerd aan de Zweedse rechtbanken, zelfs toen ze aan het overleggen waren over het al dan niet verlengen van een arrestatiebevel voor Assange (p124).

Pas negen jaar later werden die berichten openbaar gemaakt, hoewel Melzer opmerkt dat uit de indexnummers blijkt dat er nog steeds veel worden achtergehouden. Het meest opvallend zijn 12 berichten die S stuurde vanaf het politiebureau – toen bekend is dat ze ongelukkig was met het politieverhaal dat haar werd opgedrongen – die ontbreken. Ze zouden waarschijnlijk van cruciaal belang zijn geweest voor Assange’s verdediging (p125).

Evenzo is veel van de latere correspondentie tussen Britse en Zweedse aanklagers die Assange jarenlang in de Ecuadoriaanse ambassade gevangen hielden, vernietigd – zelfs terwijl het Zweedse vooronderzoek zogenaamd nog gaande was (p106).

De vrijgegeven sms’jes van de vrouwen wijzen er echter sterk op dat ze zich in een versie van de gebeurtenissen meegesleept voelden waarmee ze niet hadden ingestemd.

Langzaam gaven ze toe, zo suggereren de sms’jes, terwijl de moloch van het officiële verhaal op hen neerdaalde, met de impliciete dreiging dat als ze het verhaal betwistten, ze zelf het risico liepen vervolgd te worden voor het afleggen van een valse getuigenis (p130).

Even nadat S het politiebureau was binnengegaan, stuurde ze een vriendin een sms om te zeggen dat “de politieman het idee om hem [Assange] te pakken te krijgen wel leuk leek” (p117).

In een later bericht schrijft ze dat het “de politie was die de aanklacht verzon” (p129). En wanneer de staat haar een vooraanstaande advocaat toewijst, merkt ze alleen op dat ze hoopt dat hij haar “uit deze shit zal halen” (p136).

In een andere tekst zegt ze: “Ik wilde er geen deel van uitmaken [de zaak tegen Assange], maar nu heb ik geen keus” (p137).

Het was op basis van de geheime wijzigingen die door de politie in S’s getuigenis waren aangebracht dat de beslissing van de eerste aanklager om de zaak tegen Assange te laten vallen werd teruggedraaid, en het onderzoek werd heropend (p141). Zoals Melzer opmerkt, rustte de vage hoop op een vervolging van Assange in wezen op één woord: of S “sliep”, “half sliep” of “slaperig” was toen ze seks hadden.

Melzer schrijft dat “zolang de Zweedse autoriteiten zich mogen verschuilen achter de handige sluier van geheimhouding, de waarheid over deze dubieuze episode wellicht nooit aan het licht zal komen” (p141).

Geen gewone uitlevering

Deze en vele andere flagrante onregelmatigheden in het Zweedse vooronderzoek die door Melzer zijn gedocumenteerd, zijn van vitaal belang om te ontcijferen wat er nu komt. Of zoals Melzer concludeert “de autoriteiten streefden in deze zaak geen gerechtigheid na, maar een geheel andere, zuiver politieke agenda” (p147).

Met het onderzoek boven zijn hoofd, worstelde Assange om voort te bouwen op het momentum van de Irak en Afghanistan logs die systematische oorlogsmisdaden onthulden gepleegd door de VS en het VK.

“De betrokken regeringen hadden met succes de schijnwerpers die WikiLeaks op hen richtte, naar zich toegetrokken, omgedraaid en op Assange gericht,” merkt Melzer op.

Sindsdien doen ze hetzelfde

Assange kreeg toestemming om Zweden te verlaten nadat de nieuwe aanklager die de zaak kreeg toegewezen herhaaldelijk weigerde om hem een tweede keer te ondervragen (p153-4).

Maar zodra Assange naar Londen vertrok, werd een Interpol Red Notice uitgevaardigd, een andere buitengewone ontwikkeling gezien het gebruik ervan voor ernstige internationale misdrijven, waarmee de weg werd vrijgemaakt voor het verhaal van de voortvluchtige van justitie (p167).

Kort daarna keurden de Britse rechtbanken een Europees aanhoudingsbevel goed – maar, opnieuw uitzonderlijk, nadat de rechters de uitdrukkelijke wil van het Britse parlement hadden omgekeerd dat dergelijke bevelen alleen konden worden uitgevaardigd door een “gerechtelijke autoriteit” in het land dat om uitlevering vroeg, en niet door de politie of een openbare aanklager (p177-9).

Kort na de uitspraak werd een wet aangenomen om die maas in de wet te dichten en ervoor te zorgen dat niemand anders Assange’s lot zou ondergaan (p180).

Terwijl de strop zich om de nek van Assange en WikiLeaks aantrok – de groep werd servercapaciteit ontzegd, zijn bankrekeningen werden geblokkeerd, kredietmaatschappijen weigerden betalingen uit te voeren (p172) – had Assange weinig andere keuze dan te aanvaarden dat de VS de drijvende kracht achter de schermen was.

Hij haastte zich naar de Ecuadoraanse ambassade nadat hem politiek asiel was aangeboden. Een nieuw hoofdstuk van hetzelfde verhaal stond op het punt te beginnen.

Britse ambtenaren bij het openbaar ministerie, zo blijkt uit de weinige e-mails die bewaard zijn gebleven, waren degenen die hun Zweedse collega’s intimideerden om door te gaan met de zaak toen de Zweedse belangstelling afnam. Het Verenigd Koninkrijk, zogenaamd een belangeloze partij, drong er achter de schermen op aan dat Assange de ambassade – en zijn asiel – moest verlaten om te worden ondervraagd in Stockholm (p174).

Een CPS-advocaat (plutopia: De Crown Prosecution Service (CPS) is de belangrijkste overheidsinstantie voor het instellen van strafvervolging in Engeland en Wales.) zei tegen de Zweedse tegenhangers “waag het niet om koudwatervrees te krijgen!” (p186).

Toen Kerstmis naderde, grapte de Zweedse officier van justitie over Assange’s cadeau, “Ik ben OK zonder… In feite, het zou een schok zijn om dat cadeau te krijgen!” (p187).

Toen de CPS Zweedse twijfels besprak over het voortzetten van de zaak, verontschuldigde ze zich voor “het verpesten van je weekend” (p188).

In weer een andere e-mail adviseerde een Britse CPS advocaat “denk alstublieft niet dat de zaak wordt behandeld als het zoveelste uitleveringsverzoek” (p176).

Operatie spionage in de ambassade

Dat verklaart wellicht waarom William Hague, destijds de Britse minister van Buitenlandse Zaken, een groot diplomatiek incident riskeerde door te dreigen de Ecuadoriaanse soevereiniteit te schenden en de ambassade binnen te vallen om Assange te arresteren (p184).

En waarom Sir Alan Duncan, een Britse minister, regelmatig in zijn dagboek, later gepubliceerd als boek, vermeldde hoe hij achter de schermen agressief bezig was om Assange uit de ambassade te krijgen (p200, 209, 273, 313).

En waarom de Britse politie bereid was 16 miljoen pond overheidsgeld uit te geven om de ambassade zeven jaar lang te belegeren om een uitlevering af te dwingen waarin Zweedse aanklagers totaal niet geïnteresseerd leken te zijn (p188).

Ecuador, het enige land dat bereid was Assange een toevluchtsoord te bieden, veranderde snel van koers toen zijn populaire linkse president Rafael Correa in 2017 aftrad. Zijn opvolger, Lenin Moreno, kwam onder enorme diplomatieke druk van Washington te staan en kreeg aanzienlijke financiële prikkels aangeboden om Assange op te geven (p212).

In eerste instantie lijkt dit vooral te hebben bestaan uit het ontnemen van bijna alle contact met de buitenwereld, waaronder toegang tot internet, en telefoon, en het lanceren van een demoniseringscampagne in de media waarin hij werd afgeschilderd als mishandelaar van zijn kat en smeerder van uitwerpselen op de muur (p207-9).

Tegelijkertijd werkte de CIA samen met het beveiligingsbedrijf van de ambassade om een geraffineerde, geheime bespioneringsoperatie op te zetten tegen Assange en al zijn bezoekers, inclusief zijn artsen en advocaten (p200). We weten nu dat de CIA ook plannen overwoog om Assange te ontvoeren of te vermoorden (p218).

Uiteindelijk in april 2019, na Assange zijn staatsburgerschap en asiel te hebben ontnomen – in flagrante schending van de internationale en Ecuadoriaanse wet – liet Quito de Britse politie hem in hechtenis nemen (p213).

Hij werd het daglicht in gesleept, zijn eerste publieke optreden in vele maanden, er ongeschoren en onverzorgd uitziend – een “dement uitziende kabouter”, zoals een Guardian-columnist hem noemde.

In feite was Assange’s imago zorgvuldig geregisseerd om de toekijkende wereld te vervreemden. Ambassadepersoneel had maanden eerder al zijn scheer- en verzorgingsspullen in beslag genomen.

Ondertussen werden Assange’s persoonlijke bezittingen, zijn computer en documenten in beslag genomen en overgedragen, niet aan zijn familie of advocaten, of zelfs de Britse autoriteiten, maar aan de VS – de echte auteur van dit drama (p214).

Deze stap, en het feit dat de CIA Assange’s gesprekken met zijn advocaten in de ambassade had afgeluisterd, had elke rechtszaak tegen Assange voldoende moeten besmetten om te eisen dat hij vrijuit zou gaan.

Maar de rechtsstaat, zoals Melzer steeds opmerkt, heeft er nooit toe gedaan in Assange’s geval.

Integendeel zelfs. Assange werd onmiddellijk naar een Londens politiebureau gebracht waar een nieuw arrestatiebevel werd uitgevaardigd voor zijn uitlevering aan de VS.

Dezelfde middag verscheen Assange gedurende een half uur voor een rechtbank, zonder tijd om een verdediging voor te bereiden, om te worden berecht voor een zeven jaar oude schending van de borgtocht omdat hem asiel was verleend in de ambassade (p48).

Hij werd veroordeeld tot 50 weken – bijna het maximaal haalbare – in de zwaarbeveiligde gevangenis van Belmarsh, waar hij sindsdien verblijft.

Blijkbaar is het noch bij de Britse rechtbanken, noch bij de media opgekomen dat de reden waarom Assange zijn borgtochtvoorwaarden had geschonden juist was om de politieke uitlevering aan de VS te voorkomen waarmee hij werd geconfronteerd zodra hij uit de ambassade werd verdreven.

Leven in een tirannie

Een groot deel van de rest van Melzers boek documenteert in verontrustende details wat hij het huidige “Anglo-Amerikaanse showproces” noemt: de eindeloze procedurele misstanden waarmee Assange de afgelopen drie jaar te maken heeft gehad, omdat Britse rechters er niet in zijn geslaagd om te voorkomen wat volgens Melzer niet slechts één, maar een hele reeks flagrante gerechtelijke dwalingen moet worden beschouwd.

Niet in de laatste plaats is uitlevering op politieke gronden uitdrukkelijk verboden volgens het Britse uitleveringsverdrag met de VS (p178-80, 294-5). Maar opnieuw telt de wet niet als het om Assange gaat.

De beslissing over uitlevering ligt nu bij Patel, de havikachtige minister van Binnenlandse Zaken die eerder moest aftreden wegens geheime transacties met een buitenlandse mogendheid, Israël, en achter het huidige draconische plan van de regering zit om asielzoekers naar Rwanda te vliegen, vrijwel zeker in strijd met het VN Vluchtelingenverdrag.

Melzer heeft herhaaldelijk zijn beklag gedaan bij het VK, de VS, Zweden en Ecuador over de vele procedurele misbruiken in de zaak Assange, alsmede over de psychologische martelingen waaraan hij is blootgesteld. Alle vier, zo wijst de VN-rapporteur erop, hebben ze zijn onderzoeken ofwel tegengehouden ofwel met openlijke minachting behandeld (p235-44).

Assange kan nooit hopen op een eerlijk proces in de VS, merkt Melzer op. Ten eerste hebben politici uit het hele spectrum, waaronder de laatste twee Amerikaanse presidenten, Assange publiekelijk vervloekt als een spion, terrorist of verrader en velen hebben gesuggereerd dat hij de dood verdient (p216-7).

En ten tweede, omdat hij berecht zou worden in de beruchte “spionagerechtbank” in Alexandria, Virginia, gelegen in het hart van het Amerikaanse inlichtingen en veiligheids establishment, zonder toegang voor het publiek of de pers (p220-2).

Geen jury daar zou sympathiek staan tegenover wat Assange deed door de misdaden van hun gemeenschap bloot te leggen. Of zoals Melzer opmerkt: “Assange zou een geheim staatsveiligheidsproces krijgen dat erg lijkt op de processen die in dictaturen worden gevoerd” (p223).

En eenmaal in de VS, zou Assange waarschijnlijk nooit meer gezien worden, onder “speciale administratieve maatregelen” (SAMs) die hem 24 uur per dag in totale isolatie zouden houden (p227-9). Melzer noemt SAMs “een ander frauduleus etiket voor marteling”.

Melzer’s boek is niet alleen een documentatie van de vervolging van één dissident. Hij merkt op dat Washington alle dissidenten mishandelt, met als bekendste voorbeeld de klokkenluiders Chelsea Manning en Edward Snowden.

De zaak Assange is zo belangrijk, betoogt Melzer, omdat het het moment markeert waarop westerse staten niet alleen diegenen aanpakken die binnen het systeem werken en hun geheimhoudingscontracten verbreken, maar ook diegenen daarbuiten – journalisten en uitgevers wier rol in een democratische samenleving juist is om op te treden als waakhond van de macht.

Als we niets doen, zo waarschuwt Melzer, zullen we wakker worden en een veranderde wereld aantreffen. Of zoals hij concludeert: “Als het vertellen van de waarheid een misdaad is geworden, zullen we allemaal in een tirannie leven” (p331).

Jonathan Cook

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here